RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Oorlog is de grootste plaag die de mensheid teistert. Het vernietigt religie, het vernietigt staten, het vernietigt families." -

Maarten Luther




de preek van zondag 1 februari 2015

E-mailadres Afdrukken

Vandaag horen wij van Jezus’ optreden als prediker, voor het eerst in het nog maar net begonnen Marcusevangelie. Hij gaat de synagoge van Kapernaum binnen en onderwijst de mensen er met gezag.

Zijn eerste vier leerlingen hebben daar al ervaring mee, met dat spreken met gezag. Zij zijn hem onmiddellijk gevolgd, vanaf het moment dat Jezus hen op het starnd van het meer van Galilea heeft geroepen met een simpel: “Kom, volg mij! Ik zal jullie vissers van mensen maken!” Ze laten alles achter zich en volgen hem. Zo groot is blijkbaar het gezag waarmee hij tot mensen spreekt.

In de contekst van de synagoge is dat gezag eigenlijk nog wel bijzonderder. Want daar spreken veel mensen over de Schriften en niet alleen maar schriftgeleerden. Iedere jood die volwassen is voor de joodse wet, mocht en mag uit de Tora lezen en er uitleg aan geven. Dat  hoort bij bij de leercultuur in de synagoge, dat uitleg en verschillende visies op de Schrift worden gedeeld en becommentarieerd. Dat zal toen niet wezenlijk anders zijn geweest dan nu. En toch waren er natuurlijk wel mensen die meer op de Tora gestudeerd hadden dan anderen. De schriftgeleerden hoorden daarbij. De farizeeen, als aparte groep, ook. Hun interpretaties zullen meer gewicht in de schaal hebben gelegd.  En dan staat daar die man uit Nazareth in hun midden, over wie Marcus zegt: “Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden.”

Wat heeft Jezus daar voor indruk gemaakt? Wat was dat voor gezag, waarmee hij sprak? Het moet in elk geval getuigd hebben van een grote vrijheid  en een zekere originaliteit hebben gehad. De schriftgeleerden en ook de farizeëen konden ook zeer verschillen, maar behoorden toch zeker tot een soort scholen, stromingen met verwante, bij elkaar passende  interpretaties van de bijbel. Als Jezus tegen die achtergrond van de gevestigde  orde, - noem het maar orthodoxie -, afsteekt als iemand die spreekt met gezag, moet dat betekenen dat hij niet alleen indruk maakte als iemand die goed kon preken, maar vooral als iemand die wist te overtuigen en te raken en die dat deed op een manier, die hen meer in het hart raakte dan dat bij die schriftgeleerden het geval was. Waarom was dat?  Was dat omdat Jezus meer charisma had dan die anderen? Misschien wel, maar wat voor charisma dan? Misschien geeft wat er verder gebeurt daarover wel meer duidelijkheid. Want op die sabbat, midden in de synagoge geeft Jezus niet alleen uitleg, hij beperkt zich niet alleen tot het Woord, nee, hij doet ook nog iets anders. Hij spreekt iemand aan die bezeten was door een onreine geest.  Zij woorden hebben niet alleen gezag, maar ook nog daadkracht. Er gaat zo’n werking vanuit, dat hier iemand genezen wordt van bezetenheid. Iemand die helemaal in de greep was van iets dat hem helemaal had overgenomen, slaaf was geworden van een vreemde macht, wordt hier bevrijd.

Ja, ze zijn onder de indruk, dat hij hen onderwijst uit de Schriften. Maar meer nog raken demensen diep onder de indruk, ja raken ze verbijsterd, door het gezag van de woorden die hij uitspreekt tegen die onreine geest in die arme, geplaagde man. Net zo kort en gezagsvol als hij zijn eerste leerlingen heeft geroepen, beveelt hij die onreine geest om weg te gaan uit die man. En het moet als in een flits tot hen zijn doorgedrongen, dat die geestuitdrijving, om het zo toch maar te noemen, direct samenhangt met zijn uitleg. Want het gaat er Marcus niet om, Jezus vooral als uitzonderlijke wonderdoener te schilderen. Hij wil juist dudielijk amken, dat bij Jezus woord en daad één zijn. Zijn leraarschap en het handelen naar de woorden die hij preekt, dat hoort bij elkaar. Daramee doorbreekt hij waarchijnlijk de sabbatsregels en msishcien zijn de mensen ook wel onder de indruk door de vrijheid die hij zich veroorlooft als het daar om gaat, maar dat moet hen toch het meeste hebben verbijsterd: die totale eenheid van woord en daad. Misshcien steekt hi daarom zo af bij wat de mensen gewend waren van bepaalde schriftgeleerden: die legdenGods woorden ook uit, die prbeerden je ook wel verder te helpen, maar deze man uit Nazareth, die nog helemaal niemand is, in hun ogen, komt binnen, neemt, leest en handelt naar wat Gods woord wil zijn: bevrijdend, reddend. Misschien heeft hij wel uitleg gegeven over de uittocht uit Egypte, dat zou kunnen. Hier drijft hij een demon uit en gefet daarmee een mens de vrijheid, die is als al die anderen, maar een die in hun ogen waarschijnlijk reddeloos en misschien wel zondig was. Jezus ziet hem las iemand die redding nodig hefet en redding waard is.

Zijn gezag komt niet vorot uit een zeker machtsoverwicht, ook niet een houding die sommige mensen van nature over zich hebben: neem nu maar van mij aan...

Jezus’macht komt voort uit liefde. Hij komt tussen die dorpelingen uit dat niet al te kosjere dorp Kapernaum staan, middenin in het Galilea der heidenen en hij staat tussen hen als een van hen. Hij laat zich net als hen gezéggen door wat hij met hen opdiept uit Tenach, hij is gehoorzaam en net als zij verheugd over wat hij dan vindt in de Torah en vanuit die lerende, gehoorzame houding als van een knecht,  spréékt hij.

En dat brengt ons ook bij de diepste bedoeling waarom Marcus  dit over Jezus vertelt als zijn eerste optreden. Waar Jezus spreekt en handelt gebeurt Gods eigen woord. De uittocht, de Exodus, ja, Pásen wordt waar in deze ene zin die Jezus gebiedend spreekt: “Zwijg en ga uit hem weg”.

Het gezag waarmee Jezus optreedt is niet zomaar het gezag van een charismatiasch spreker, een knappe redenaar. Naar de maatstaven van die tijd zou hij dan veel meer woorden nodig hebben gehad. Zijn gezag is hem van God gegeven, wil Marcus zeggen. Jezus heeft een volmacht om te spreken en te handelen namens God. In Jezus spreekt God zich uit tegen alles waar een mens vast kan komen te zitten, tegen de macht van het kwaad. Dat is ook verbijsterend, waar dat gebeurt, waar Gods Woord de machten en krachten van deze wereld ontmaskert en de poten van onder hun stoelen zaagt. Waar we geloven dat Gods woord volkomen betrouwbaar is, weten we dat er geen machtiger woord is dan het woord dat opklinkt uit de Schriften, dan het evangelie dat klinkt uit Jezus mond en uit ieder spreken dat daarop werkelijk geënt is. Gods woord is elk spreken dat werkelijk bevrijdend is, dat namens God ruimte geeft, de steen van ons hart haalt, ons met hem verzoent en in vrede brengt met hem. En waar dat gebeurt, in de kerk, thuis, in gesprek met elkaar, daar gebeurt ook werkelijk iets van God. Daarin zijn alle emsnen priesters voor ekaar. De een mag de ander het evangelie verkondigen en doen ervaren, hoe goed en helend het is, als daar iets van doorbreekt in onze contacten en relaties.

Hoe wij omgaan met Gods woord is niet alleen hoogstpersoonlijk voor onszelf van waarde. Ja, het gaat ieder van ons ook individueel aan, het wil ons raken, ons bekeren, om nieuwe richting geven. Maar daar blijft het niet bij. Geloof is geen privezaak, al zouden velen, die in elke religie iets gevaarlijks zien, al houdt ze zich al zo lang koest als de christelijke kerk die zonder macht is komen te staan.

Geloof spreekt zich uit, in woord en daad. Niet dat wij anderen ons geloof moeten opdringen. Jezus drong ook niets op. Maar hij spreekt met gezag, hij spreekt vanuit directe betrokkenheid, vanuit een diepe liefde voor mensen, die hij deelt met God.

Christus legt met gezag Gods Woord van liefde in ons hart. Laten wij ons daardoor laten gezeggen. Juist in een wereld waarin een veelheid aan allerlei stemmen om onze aandacht schreeuwen, waarin woorden en daden van geweld als onreine geesten de ruimte innemen, die toekomt aan de vrede en het recht, brengt geloof ons ware vrijheid.

“Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazareth?” schreeuwt die onreine geest in die man. En ook: “ik weet wel wie je bent, de heilige van God.”

In Christus komen zowel het kwaad als Gods goedheid aan het licht.

Dat werpt een ander licht op de wereld. Een licht waarin het kwaad wordt ontmaskerd en daarom ook een hoopvol licht: wij zien niet langer alleen de ellende om ons heen, maar wij krijgen oog voor wat God aan nieuws schept. Wij hoeven niet vast te lopen in onze angsten. Wij mogen ons laten gezeggen door de stem van de heilige van God, Jezus Christus. “Want wie hier leeft op zijn gezag, die is voor God rechtvaardig.”