RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Oorlog is de grootste plaag die de mensheid teistert. Het vernietigt religie, het vernietigt staten, het vernietigt families." -

Maarten Luther




de preek van zondag 8 maart 2015

E-mailadres Afdrukken

Preek zondag 8 maart 2015 Tempelreiniging

Stoer is het wel, zoals Jezus daar met die zweep van leidsels de kooplieden van het tempelvoorplein ranselt. Misschien niet wat je je bij 'onze lieve Heer voorstelt, maar hij laat wel zien waar hij voor staat. Weg met die hele santekraam. De tempel moet Gods huis zijn en een plek van bezinning en inkeer en zeker geen marktplein. Weg ermee!

Van kleins af aan is dat beeld van Jezus mij dierbaar. Oprecht kwaad over hoe godsdienst veranderd is in een tempeldienst die eerst en vooral economische doelen lijkt te dienen. Iedereen die kan, pikt hier een graantje mee. Niemand lijkt dat erg te vinden. Zo functioneert het al heel lang en heel goed. Iedereen tevreden... Maar als Jezus deze toestand aantreft, raast en tiert hij en klinkt hij als een profeet uit het oude Israel: "Jullie maken een markt van het huis van mijn vader!"

Wat doet die man toch moeilijk, zullen heel wat mensen verzucht hebben. Of: wat een fanaticus, die Jezus. Een provinciaal uit Galilea die zich niet weet te gedragen in de stad en dan doordraait.

Maar voor Jezus zit het anders. Hij ziet een totale verwording van de godsdienst in een systeem van zelfverrijking en van machtsgroei van de godsdienstige elite, allemaal ten koste van de vrome en vaak arme gelovigen. En dat vréét aan Jezus. Dat is wat zijn leerlingen ook letterlijk zeggen als ze woorden uit psalm 69 aanhalen: "De hartstocht voor uw huis zal mij verteren". Het woord dat hier wordt vertaald met verteren, betekent letterlijk zoveel als dat je wordt aangevreten, opgevroten door de hartstocht. Zo gaat dat immers met wat je ter harte gaat: je kunt niet aanzien, dat het misbruikt en kapotgemaakt wordt, dat het totaal zijn doel mist en teloor gaat.

Hoe kan het zo zijn, moet Jezus vaak gedacht hebben, dat de Wet van Mozes, waarvan de tien geboden een samenballing is, die oproept tot dienst aan de Ene van Israel met heel je hart, je ziel en je verstand, hoe kan het zo zijn dat die Wet wordt misbruikt als de basis voor een godsdienst die alleen nog wordt uitgedrukt in een offercultus die geld oplevert. Het gaat dan om het offeren van dieren die speciaal daarvoor gefokt en verhandeld worden, tegen veel te hoge prijzen. En nog veel erger: daarbij worden de gewetens van de mensen bezwaard en verpletterd tussen hun religieuze plichten en een aangeprate angst het niet goed te doen in Gods ogen. Het komt neer op een paar keer per jaar misschien wat duiven te offeren om weer schoon schip te maken. Dat lijkt geen ramp, maar dat kan het wel worden als de prijzen die handelaars daarvoor vragen de pan uitrijzen. Maar ja, die handelaren moeten op hun beurt weer fors betalen aan de schatbewaarders vande tempel, voor een plaatsje op het tempelplein. En zo zitten ze eigenlijk allemaal gevangen. Gevangen in een godsdienst, die verworden is tot een verstrengeling van macht, geld en geloof. Die mensen die komen offeren kun je het niet kwalijk nemen, dat ze het goed willen maken tussen hun en God, maar de tempeltheologen, die een rechtvaardiging bieden voor dit systeem, waardoor mensen niet meer hun eigen duiven mogen meenemen naar de tempel, zij zitten fout.

En daarom maakt Jezus een zweep van touw en ranselt hij de hele duvelse boel het tempelplein af. Mag dat? Vragen de Judeëres, dat wil zeggen: de Jeruzalemse, hoofdstedelijke tempelelite, die met huid en haar vastzit aan deze door hen zelf opgetuigde tempeleconomie, die zij als orthodoxie zijn gaan uitdragen, waaraan iedereen zich moet houden. "Met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?"

Jezus heeft geen ander teken dan zichzelf: 'Breek deze tempel maar af en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen", zegt hij met een dubbelzinnige verwijzing naar zichzelf als heiligdom van Gods geest. Want Gods Geest maakt hem tot het levend Woord van God. Zijn lichaam is de tempel, waarin Gods heiligheid woont. Alles waar de tempel van Jeruzalem altijd voor stond, alles waar de Wet voor staat, daar staat Jezus zélf, in eigen persoon, voor en zijn lichaam is er als een huis voor: de aanwezigheid van God, zoals in de ark van het verbond, die in het Heilige der heiligen staat, met de cherubim en hun beschermende vleugels. Die ark staat voor de Joden van die dagen voor de geloofszekerheid, dat God zijn verbond niet zal verbreken, dat Hij hen nooit meer prijs zal geven aan nieuwe slavernij, aan het niet in vrijheid je God mogen dienen en Hem toebehoren. Ja: daar staat die tempel in Jeruzalem voor, net als ooit de tabernakel in de woestijn: voor de vrijheid om een mens in verbondenheid met God te zijn en daarmee verbondenheid met alle andere volksgenoten en uiteindelijk alle mensen in de wereld. Dáár staan de Godsstad en haar tempeldienst voor en voor niets anders. Dat mag niet zo vermarkt en vercommercialiseerd worden, dat gewone mensen het niet nauwelijks meer kunnen opbrengen om te komen offeren.

Een mens mag weten dat hij in het geloof zonder prestatie van zichzelf door deze God in genade is aangenomen. Ik zeg het uitdrukkelijk zo, omdat de boodschap die Maarten Luther later uitdroeg tegen de verwording van de kerk van zijn dagen geen andere is dan deze: God is de heilige en hij en geen ander brengt de mensen tot de vrijheid. Die vrijheid kan niet verworven, niet gekocht worden en dus ook niet vérkocht. En geloof is pas geloof, als het mensen in deze vrijheid van de kinderen Gods brengt. Zoniet, dan blijf je als mens, hoe godsdienstig ook, gevangen in een systeem van regeltjes die je geen stap dichter bij God brengen. Sterker nog: dan wordt je bij God en zijn liefde vandaan gedreven. Je dat steeds opnieuw gebeuren en in allerlei geloven, van jodendom en christendom tot Islam. Alleen door zus of zo te doen ben je echt moslim, alleen door zus of zo te geloven ben je meer dan een naam-christen, zeggen sommige christenen smalend...

Laat de hartstocht van Jezus voor het huis van zijn Vader ons bemoedigen en dichtbij Gods liefde houden. Je bent als mens niet pas iets waard, als je iets bijzonders presteert, als je je een naam maakt, als je iets heel groots voor God doet. Godsdienst mag nooit verworden tot een wettisch systeem van: zo moet het en anders mag het niet. Altijd moet er iets in blijven doorglinsteren van de vrijheid waaruit de Tora geboren werd en de 10 woorden op de berg geboren werden: "Ik ben de Heer, uw God die u uit Egypte, uit de slavernij heeft bevrijd."