RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Vergeving is Gods gebod." - Maarten Luther


de preek van Palmzondag 29 maart 2015

E-mailadres Afdrukken

Vroeger, toen mensen in de kerk nog in grote gelaten belijdenis deden, gebeurde dat vaak op Palmzondag. De mensen die waren aangenomen en daarna bevestigd, konden in de goede week die daarop volgde, met Witte Donderdag, aan het Heilig Avondmaal. Ook in de Lutherse kerk ging dat vaak zo, voordat vanaf de jaren zeventig de band met de confirmatie werd losgelaten. Er zullen onder u ook velen zijn die op Palmzondag belijdenis hebben gedaan en dan op Witte Donderdag voor het eerst ter communie gingen.

In elk geval was het zo bij Klarisa Scholten, 60 jaar geleden. Op Palmzondag 1955 deed zij belijdenis in de Oude Lutherse kerk aan het Spui in Amsterdam, bij Ds. Pel.

Het is jammer dat zij hier door griep niet kan zijn, want dan hadden wij van haar zelf gehoord hoe zij het toen ervoer en hoe zij nu in het geloof staat. Ik voel me wel vrij om erover te vertellen. Ik vroeg haar, of er nu veel voor haar veranderd was, in al die 60 jaren, in de wijze waarop zij in het geloof staat. Ze zei: ik ben kritischer geworden, denk er meer over na dan toen ik jong was en alles zo vanzelfsprekend leek, met zovelen om je heen die nog geloofden, dat wel. Maar ze vond niet dat er wat wezenlijks was veranderd: ze voelt zich nog altijd heel betrokken en ontleent nog altijd steun en kracht aan het geloof en aan de wijze van gemeente zijn, zoals dat ook hier in Zwolle gestalte, in onze kleine Lutherse gemeente, gestalte krijgt. Want dat is voor haar wel zeer duidelijk: geloof en kerk, gemeente, horen bij elkaar. God ontmoeten of moet ik misschien wat minder stellig zeggen: iets van God ervaren, dat doe je met elkaar en bij elkaar. God laat zich kennen in de eredienst en wat daar gebeurt, wat daar gevierd wordt en in mensen, die met elkaar het geloof delen en beleven.

Ik ben het met mevrouw Scholten eens dat daar de kern van geloven ligt: in het gemeente van Christus zijn. Wij horen bij Hem en daarom horen wij bij God en schuiven wij als het ware aan bij zijn volk Israel, zijn eerstgeborene in het mensengezin, zou je kunnen zeggen.

Sinds 1955 is er veel veranderd. In Amsterdam blijven nog twee Lutherse kerken open en overal worden kerken gesloten, protestantse en katholieke en alleen in de Biblebelt en in evangelische gemeenten doen mensen nog in even grote of in nog grotere getalen belijdenis als destijds in Lutherse Nederlnad nog gebruikelijk was. Geloven is steeds meer een individuele keuze geworden en belijdenis doen al helemaal. We zijn, samen met Klarisa, kritischer en persoonlijker gaan geloven. Daarom vind ik het wel sterk, dat het Klarisa's eigen, vrij stellige wens was, om vandaag de geloofsbelijdenis te zingen zoals zij die destijds al zong. Die prachtige bewerking van de geloofsbelijdenis door Maarten Luther, begint niet met 'Ik geloof', maar 'wij geloven'. Daarmee drukte Luther uit: geloven kun je niet in je eentje, dat doe je samen. Het gaat bij geloven om de gemeenschap, die het geloof bellijdt, niet om mijzelf, ik die hoogstpersoonlijk alle geloofspunten onderschrijf. Verwacht bij Lutheranen niet, dat je gauw iets zult moeten ondertekenen, zoals bijvoorbeeld de drie formulieren van enigheid uit de calvinistische traditie. Dat past niet bij de Lutherse traditie.

Maar hoe vrij wij als lutheranen ook mogen staan in het geloof en hoe sterk wij ook het gemeente-zijn onderstrepen, toch is er natuurlijk ook voor elk van ons die vraag: geloof ik? Weet ik me aangesproken door God en door wat de kerk over God zegt en gezegd heeft? Kan ik zelf iets bijdragen aan kerk zijn, aan de waarde van het geloof in de samenleving? Gelof is natuurlijk ook iets dat mij en u persoonlijk aangaat. En ook al is het alweer een tijd geleden dat in deze gemeente iemand openbaar belijdenis aflegde van het geloof, dat is toch eigenlijk een vraag die regelmatig terugkomt in ons leven. Misschien beleven we elke dag wel zo'n moment van kiezen voor het geloof. Maar we komen er maar moeilijk mee voor de dag. Daarvoor is het ons misschien te kwetsbaar.

Luthers gezien, gaat het nooit alleen om míjn geloof. Het gaat om geloof. En dat geloof wordt ons geschonken, als een wijze van in het leven staan. Vol vertrouwen.

Maar aan de andere kant: het kan toch alleen maar geloof heten, als het ook míjn geloof wordt. Als wij beseffen, dat God zelf er voor ons, voor elk van ons, mij en u, wil zijn. Pro me, noemde Luther dat. Wat heb ik aan een God die bestaat, zonder dat hij voor mij bestaat, er voor mij wil zijn, zei hij ronduit, terwijl hij sneedre naarde theologen die allerlei godsbewijzen en hoge theologieën optuigden, waarin de mensen eigenlijk best gemist kon worden. Nee, God is God, omdat hij met ons een relatie wil aangaan. En dan komt Christus er natuurlijk bij. Want als God in iemand helemaal duidelijk heeft laten zien, dat hij er voor ons wil zijn, voor elk van ons persoonlijk en voor ons samen, dan is het Jezus Christus. Dat is wat we deze week gedenken en vieren, in de goede week voor Pasen, die met Palmzondag begint en via Goede Vrijdag uitloop op het feest van de Opstanding, Pasen. Dat alles bij elkaar is Pasen. Kruis en Opstanding horen bijeen. Maar let wel: als wij spreken over Christus, dan is hij boven alles de Opgestane. Wij leven in relatie tot de Levende en wij blijven niet treuren bij een dode Jezus.

Als Jezus Jeruzalem inrijdt op dat ezelsveulen gaat het eigenlijk om niets anders dan dat: al die mensen om hem heen, die Hosanna, 'Heer, help toch', roepen, doen op dat moment belijdenis. Ze zien in hem de bevrijder, die hen wijst op wat zij al kennen van god, de Bevrijder. Zoals God hen uit Egypte heeft bevrijd, komt Jezus namens God hen bevrijden uit alles waarinze maar vastgelopen zijn. Jezus komt Jeruzalem in voor hen. En hij koerst aan op de tempel, het heiligdom. Daar moet hij heen. Daar beziet hij alles, neemt hij alles in zich op, zoals hij al die mensen gezien heeft, die hem inhaalden als een koningszoon uit het huis van David, een messias. Wat die mensen hem vragen: Hosanna, help toch Heer, al hun sores, brengt hij de tempel binnen en hij neemt het mee op zijn schouders, mee terug naar Bethanië. Dat doet hij ook nu nog, voor u en mij. Want Christus leeft nog altijd.

Hij is geen herinnering. Hij is niet in de eerste plaats een historische figuur, die ooit geleefd heeft en dan weer gestorven is. Hij leeft hier bij ons, bij u en mij, in de gemeente, in het Woord, in de sacramenten. Zo is hij er in deze wereld. Hij is er voor ons, maar hij is niet van ons. Hij is God met ons, hij is God voor ons. Hij is het nu niet minder dan toen. Hij staat op onze plaats, hij staat voor ons in en hij gaat met ons de weg van Pasen, de weg naar het leven, om ons bij God terecht te brengen.

"Laat onder u die gezindheid heersen die Christus Jezus had.", hoorden wij in de epistel. Dat klinkt als een hele opgave. Hoe doe ik dat, dat lukt me nooit..., zou je kunnen denken.

Maar God zelf wil die gezindheid in ons levend maken. Hij komt voor ons staan en trekt met ons mee door alles wat het leven ons brengt. Dat te geloven, maakt alles anders, maakt ons mensen van Pasen.

In woorden van Huub Oosterhuis, naar Jesaja 43: 18

"Blijf niet staren op wat vroeger was. Sta niet stil in het verleden.

Ik - zegt Hij- ga iets nieuws beginnen Het is al begonnen, merk je het niet?"