RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"

Ons leven is een leven midden in de dood. En toch blijft ook midden in de dood de hoop op het leven aanwezig.

" - Maarten Luther


de preek van Witte donderdag 2 april 2015

E-mailadres Afdrukken

Wat is moeilijker: zelf iets geven of iets van een ander ontvangen? Dienen of je laten dienen?

Op het eerste gezicht lijkt het misschien zo, dat mensen makkelijker iets krijgen dan weg moeten geven, maar ik denk, dat het ten diepste eigenlijk anders zit. Dat wij het eigenlijk moeilijker vinden om iets van een ander te ontvangen, echt toe te laten dan een ander ons iets geeft. Ontvangend ben je kwetsbaarder dan gevend.

Het heeft ook te maken met onze gevoelens van eigenwaarde, van trots op wie je bent, van niet afhankelijk willen zijn. Dat heeft ook wel zijn gezonde kanten. Een mens heeft het nodig zichzelf te respecteren en zijn eigen brood te verdienen en voor de zijnen en de haren te kunnen zorgen. En we leven het beste en het meest vrij, als er wederkerigheid is, als een mens iets kan betekenen voor een ander, als je je steen kan bijdragen aan de samenleving als geheel, als je niet buiten spel staat en alleen voro spek en bonen mee mag doen. Wie zich niet serieus genomen wordt, raakt gefrustereerd, met vele nare gevolgen vandien voor de hele samenleving. Het geldt ook wereldwijd, in de verhoudingen tussen de rijke landen die ontwikkelingshulp geven en de arme landen, die het krijgen, zonder dat wij echt geïnteresseerd zijn in wat zij te bieden hebben, in hun kracht. Veel ellende in de wereld komt misschien ook wel mede hierdoor.

Ten diepste willen we het zelf doen, dus. De participatiesamenleving doet wat dat betreft wel recht aan wat mensen zelf willen, door voor zichzelf en voor anderen te zorgen, als ze dat kunnen.

Als ze dat kunnen... Want daar zit meteen ook het probleem. Want kun je in dit opzicht wel van iedereen even veel vragen? Maar wat als mensen dit niet in huis hebben? Kunnen we dat ook allemaal vragen van oudere mensen die kwetsbaarder zijn geworden, van mensen met een psychische aandoening, of een verstandelijke handicap, die vaak niet wordt onderkend. Hoe moeten zij zich zelf reddden, in een steeds ingewikkelder wordende samenleving als de onze? Het is een groeiend probleem. De resultaten zijn zichtbaar: de dakloosheid neemt weer toe, bijvoorbeeld.

Petrus zit op de lijn van 'zelf doen' en is dan ook geschokt als Jezus zijn voeten wil wassen. "O nee, míjn voeten zult u niet wassen, nooit!"

Vuile voeten wassen is vernederend slavenwerk. Tot zoiets mag de Heer zich niet verlagen. Misschien denkt Petrus wel: wat heb ik aan zo'n leider, die zelf door de knieën gaat. Wat voor kracht gaat daar nu van uit? Is dat nog wel iemand tegen wie je 'Heer' zegt?

Jezus is hun Heer, inderdaad. Heer en meester. En juist daarom wil hij hun voeten wassen. Hoezeer het ook een klus in laag aanzien en dus in zekere zin een vernederende klus is, het is wel wat Jezus wíl doen. En Hij vraagt nu van zijn leerlingen om zich over de weerzin heen te zetten en ook te willen toelaten, dat Hij hun dient. Alleen door dit toe te laten en het ook zelf bij elkaar te doen, kunnen ze bij Jezus horen, kunnen ze deel aan Hem hebben, aan alles waar Hij voor staat, aan de toekomst die God in Christus voor ogen heeft: een toekomst waarin en vrede en recht centraal staan. Zo'n toekomst is meer gebaat bij mensen die willen dienen en die beseffen dat ze zelf op God aangewezen zijn, dan mensen die hangen aan status en macht. Juist in wat hier gebeurt laat Jezus zien wie hij is: een die gekomen is om te dienen en juist zo Gods macht te tonen. Die macht is een overmacht van de liefde ten opzichte van alles wat in de wereld voor macht doorgaat.

Jezus geeft een voorbeeld. Zijn volgelingen, wij christenen horen dienend in de wereld te staan. Wat onze handen te doen vinden om de wereld beter te maken, om in kerk en wereld elkaar te helpen, dat moeten we ook doen.

Daartoe roept Jezus ons op: elkaar te dienen en in de wereld mensen te dienen.

Dat moeten we steeds weer leren. Daarbij moeten we heenstappen over onze neiging te heersen. Ook de kerk heeft menigmaal de zonde van de overheersing bedreven, soms verdoezeld doro verhuelnde woroden die spreken van gezag..

Jezus laat hier zien, dat we niet inboeten aan gezag door te dienen, door de ander te dienen, door een stap terug te doen en onszelf naar voren te dringen.

Maar misschien is nog wel wezenlijker, dat wij weten wat het is gediend te wórden.

Gediend, door de Heer van allen: Jezus Christus, Gods zoon, die van de Vader kwam om de wereld voor hem te winnen. Dat deed Hij door de wereld te dienen, door zich in de ogen van de wereld klein te maken, te vernederen. Wij belijden een dienende, lijdende, gestorven Messias. Niet het prototype van de held.

In Hem laat God zelf zien wij Hij is, waar zijn hart ligt, wat echt télt.

God geeft zich zozeer over aan de mensen, dat hij zwak lijkt te zijn. In Christus, zijn Zoon, neemt Hij deel aan het leven van mensen en gaat Hij zelfs het lijden niet uit de weg. Christus gaat waar alle mensen gaan: door de nood, door het verdriet, tot in de dood. En hij gaat uit liefde, uit liefde voor hen, die hij liefheeft. Hij weet wat zij meemaken. Hij weet wat wij doormaken in ons leven. Hij gaat mee.

Als hij ons zo wil dienen, laten wij dan erkennen, dat wij dat nodig hebben en het aanvaarden.

In de dienende, lijdende Jezus toont God ons Zijn liefde. Zo ís hij Gods liefde.

Die liefde is sterk. Ze gaat door alles heen met ons mee. Tot in de dood. Ja, meer nog : ze wekt ons op uit de dood.