RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Hier sta ik. Ik kan niet anders. God help me. Amen." - Maarten Luther


de preek van zondag 26 april 2015

E-mailadres Afdrukken

Met de kinderen: het verhaal over de Roemeense herder

Ik heb een verhaal over schapen voor jullie. Het is echt gebeurd, maar het is net zo mooi als een sprookje. Ga er maar eens voor zitten.

Het is een verhaal over schapen en mensen en hoe die bij elkaar horen.

Er was eens, niet eens zo heel lang geleden, een vader. Hij leefde met zijn vrouw en zijn kinderen in een land, hier niet zo heel ver vandaan. In dat land was hun leven verschrikkelijk moeilijk. Niets mocht en als je tóch iets deed wat niet mocht, nou, dan kreeg je toch op je kop... Niet normaal... Je kon zomaar de gevangenis in worden gegooid. En of je er dan ooit weer uit zou komen?

Op een dag zei die man tegen z'n vrouw: nu is het genoeg. We moeten hier weg!

Ja, helemaal mee eens, zei z'n vrouw, maar hoe gaan we dat doen, dan?

Ze dachten er een tijd over na. Toen zei de man: ik weet het. Ik ben toch een herder? We hebben toch schapen? We gaan samen met de schapen de grens over, naar het land, waar het leven beter is. We maken van schapenvellen dikke jassen die wij en de kinderen aantrekken. Dan lijken we precies op onze schapen en ruiken we ook als de schapen. En als we in de buurt van de grens zijn, bukken we en kruipen we samen met de schapen de grens over. Als we geluk hebben, ziet niemand ons.

Zo gezegd, zo gedaan en het is ze gelukt! Toen begon er een nieuw en beter leven.

De schapen hebben hun herder geholpen. Want schapen zijn heel bijzondere dieren en herders zijn heel bijzondere mensen. Ze zorgen voor elkaar.

Preek

Dat verhaal wat ik aan de kinderen vertelde, heb ik deze week gehoord van een collega. Indrukwekkend. Het was in de dagen van het communistische Roemenië. Een man wilde vluchten met zijn gezin. Maar hoe vlucht je uit een bastion van beveiliging en controle, van alle kanten in de gaten gehouden door de Securitate?

Zo kwam hij op dat briljante idee en kon hij zijn gezin in veiligheid brengen. Heelhuids kwamen ze aan in Hongarije. Ontsnapt aan de tirannie.

Wat een verhaal. En dan nog maar een van de vele verhalen, die vluchtelingen ons kunnen vertellen over hun weg naar een gebied waar het veiliger of beter was dan waar ze vandaan kwamen. Vaak bloedstollende verhalen, vol gevaar. Denken we alleen maar aan die mensen die de Middellandse Zee oversteken, met alle, vaak dodelijke gevolgen van dien zoals vorige week.

Dit is meer dan het verhaal over een slimme list die goed uitpakte. Het vertelt op een prachtige manier iets over het bijeenhoren van de herder en zijn kudde. De enige manier waarop die herder kan wegkomen is via zijn kudde. Hij is de herder, maar wordt als het ware een schaap tussen de schapen. Zo redt hij zijn gezin. Of moeten we zeggen: zo redden de schapen hen?

De herder is nergens zonder zijn schapen, zoals de schapen nergens zijn zonder de herder. Als je er van een afstandje naar kijkt, dan denk je bij jezelf: wat een baan... Heerlijk om zo maar een beetje te kijken en op te letten en de hele tijd lekker buiten te zijn. En die ene wolf, die in dit land af en toe een schaap verschalkt... Ach... Nee, veel kalmer werk dan dat van de herders is er tegenwoordig misschien niet. Maar in bijbelse tijden was dat wel anders. Dan kwam het helemaal aan op die herder. Soms konden ze achterover liggen en de schapen laten grazen. Maar in de ruige gebieden waar de schapen hun voedsel met moeite moesten zoeken, wemelde het van de wilde dieren. En dan kwamen de herders in actie tegen een wolf of ander dier dat een lam of schaap te grazen kon nemen. Daarom hadden ze een stok bij zich, om, als het moest, flink te meppen, zoals Mozes kon of een slinger met stenen, zoals David had. Als het erop aan kwam, wáren ze er. Desnoods riskeerden ze hun leven voor hun schapen.

Daarom is de bijbel vol met verhalen over herderschap. De mensen verlangden naar leiders die als herders wilden instaan voor hun schapen, mensen die niet hun eigen belangen eerst stelden, maar dachten aan de mensen die aan hun zeggenschap waren overgeleverd. Zo kon de herder uitgroeien tot de gestalte van de leider naar Gods hart, van het verhaal over Abel in Genesis tot het kerstevangelie uit Lucas. Ja, het herderschap werd een beeld voor hoe God zelf voor zijn volk wil zorgen en voor hen instaat.

Psalm 23 verwoordt dat zo: "Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed."

Een stok en een staf, want wat zwak en weerloos is, moet worden beschermd. In het herderschap gaat om het om zórg, niet om macht. En daarom is het beeld van het herderschap zo kritisch ten opzichte van alle andere vormen van macht. Daarom moet Ezechiël Gods afkeer uitroepen over de leiders die vooral goed voor zichzelf zorgen en niet hebben omgekeken naar de schapen die aan hun zorg zijn toevertrouwd, die het zover hebben laten komen dat een groot deel van het volk nu in ballingschap leeft en die, als ze zelf zijn achtergebleven, het op een akkoordje gooien met de Babyloniërs. En dat alles ten koste van de gewone burgers, met name de zwaksten onder hen.

Dat is de kritiek waarmee Ezechiël de leiders van het toenmalige Israël de oren moet wassen. Alles wordt uit de kast gehaald om dat duidelijk te maken.

Hier klopt het hart van een hartstochtelijke God, die geen onrecht verdraagt en die niet langer kan aanzien, dat het leven in het land van de grazige weiden verworden is tot een wildernis waar de grote graaiers het ervan nemen, terwijl de zwakken enkel zwakker worden. Hoop heeft Ezechiël ook te bieden: God zal zélf herderlijk optreden en instaan voor zijn volk.

Bij Johannes betrekt Jezus dat eeuwenlang voor hem reeds ingezette herderschap namens en van God, op zichzelf. Zoals een koning zijn ambt op zich neemt en belooft zich geheel en al in te zetten voor zijn volk, zo neemt hij het op zich.

Jezus zegt: "Ik ben de góede herder. De goede herder zet lijf en ziel in voor de schapen..." Lijf en ziel. Helemaal dus, zonder reserves. Dat heeft Jezus waargemaakt. Hij is inderdaad als een herder meegegaan met zijn volk, met die schapen, die scharen, waar de evangelieën van spreken, de gering geschatte mensen, de lammen, blinden, de verdwaasden, de in de steek gelatenen, de mensen die niet in tel waren, de mensen aan wie geen eer te behalen was. Voor hen heeft hij zich geheel en al ingezet en is hij het doodse dal in gegaan, waar zij ook al vaak waren. Hen heeft hij steeds voor ogen gehad, temidden van de weg die hij moest gaan door het lijden heen.

Daarbij keert hij zich tegen het ontaarde leiderschap, dat ook Ezechiël aan de kaak had gesteld: dat van de huurling, die geen echte herder is, van wie het de eigen schapen niet zijn. "Hij is een toeschouwer als de wolf komt en slaat op de vlucht", zegt Jezus, waarna de schapen reddeloos achterblijven. Jezus bedoelt de godsdienstige clan die de mensen met hun geestelijke nood in de kou laat staan.

Hoewel voor ons misschien wat uit de tijd, is dat beeld van het goede herderschap nog altijd een lichtend voorbeeld temidden van een wereld vol leiderschap, waarin het ontbreekt aan echte betrokkenheid tussen degene die leiding geeft en hen die geleid worden.. Dag aan dag zijn we er getuige van, dankzij alle media, hoe het mis gaat:

- De dictators, de even foute rebellenleiders, de gewetenloze mensensmokkelaars, de godsdienstige leiders die oproepen tot haat en geweld jegens iedereen die hun waarheid niet beaamt.

- 100 jaar na dato hebben vele politici, onder wie onze eigen regeringsleiders, niet de moed om de moord op anderhalf Armeniërs bij de naam te noemen: genocide

En hoe is het dichter bij huis:

- Mensen aan de top van banken of bedrijven, die aan hun eigen belangen denken en niet aan die van werknemers, voor wie werkeloosheid dreigt

- in eigen land worden politieke belangen boven mensenrechten gesteld en komt de coalitie na 9 dagen afwezigheid met een uitgehold bed-bad en brood voorstel tevoorschijn

- In Europa erkennen de leiders weliswaar de nood van de bootvluchtelingen, maar ze willen toch vóór alles de eigen grenzen veilig stellen en leggen daarom de nadruk op het zo effectief mogelijk weren van de vreemdelingen die op onze kusten en grenzen afkomen

Natuurlijk, ik heb gemakkelijk praten, als predikant. En als christenen zijn we geen heiligen die het meteen zoveel beter weten dan de politici die compromissen moeten zoeken. Maar waarom klinkt uit al die voorbeelden zo weinig compassie op met de ménsen achter de problemen. Al kunnen we niet íeders nood lenigen, al kunnen we niet ál het onrecht dat op aarde gegroeid is, rechtzetten, wij moeten het wel erg blijven vinden, dát het ons niet lukt. We mogen er niet aan voorbij leven. Want elk mens wil tenminste veiligheid en vrijheid van vervolging en ook bed, bad en brood zijn geen luxe, maar basisrechten. En het is geen misdaad om daarvoor uit te wijken en zeker niet, om de vervolging en het geweld te ontvluchten. Dat Europa niet iedereen opvang kan bieden, is wat anders.

Maar er is hoop, altijd weer hoop. God is er ook nog. Hij hoort de nood van de vele, ontelbare gebeden. Hij vraagt ons te kijken naar het gelaat van onze naasten in wrakek boten, in vluchtelingenkampen en daarin onszelf te herkennen. Hij zegt als het ware: jullie zijn allen schapen uit één kudde. Onder één herder. Hij, Christus, de Goede herder, wij de schapen en allen onder Gods hoede. In Christus geeft God ons een eenheid, die wij vaak niet zien of ervaren. We kunnen haar alleen geloven. Maar ze ís er. Zou er niet meer mogelijk worden, als we zo uit geloof gaan leven? Zou de kerk dat niet meer kunnen uitstralen in deze wereld, wij zelf op onze eigen plek: dat wij in elk mens te maken hebben met een schaap als wij zelf zijn?

God roept ons door Christus met de stem van de Goede herder. Die stem is geen verre klank uit het verleden, geen echo uit een boek van papier, dat we zomaar weer dicht kunnen slaan. Het is de levende stem van het evangelie. Christus is hier, bij ons. Wij gaan samen met hem. En hij spreekt tot ons met de levende stem van de Opgestane. De Goede Herder roept ons op om als één kudde bij één herder te horen, om dwars door alle door mensen bepaalde verschillen heen te geloven en te luisteren naar die ene Liefde die God alle mensen gunt, waaruit je leven kan en delen mag, waardoor alles nieuw wordt.