RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Zorg, dat ik niet alleen kan bidden met de mond. Help mij dat ik kan bidden uit het diepst van mijn hart." - Maarten Luther


de preek van zondag 10 mei 2015

E-mailadres Afdrukken

Zondag Rogate of Vocem Jucunditatis staat er voor ons liturgieboekje. Door die twee namen en het woordje 'of' klinkt dat een beetje besluiteloos. Want hoe heet deze zondag nu: 'Bidt' of 'stem van luid gejuich'? Moeten we daar nu niet uit kiezen? Is het niet het een of het ander? Nou, nee dus, dat hoeft niet. Luthers gezien draagt deze zondag beide namen met evenveel recht en ook allebei tegelijkertijd. Rogate vanwege de lezing uit Johannes 16: 'vraag en je zult ontvangen', die wij zo prachtig verklankt hoorden door het koor. En Vocem Jucunditatis vanwege het keervers, de antifoon, die uit Jesaja 48 is genomen: verkondig dit met luid gejuich...

Twee aspecten aan deze zondag, twee oproepen: bidt en juich. Allebei doen wij vandaag met bijzondere aandacht. Onder meer door twee liederen van Maarten Luther in hun geheel te zingen. Het lied dat Luther bij het Onze Vader schreef en het tweede lied dat Luther ooit dichtte en dat hij tevens van een melodie voorzag: 'Verheug u christenen tesaam'. Dat was geen uitzondering, want Luther schreef zowel kerkliedteksten als een aantal melodieën erbij.

Alleen al daaruit blijkt, hoe belangrijk hij het kerklied en de kerkmuziek vond. Kort gezegd was de muziek voor Luther geen mensenwerk, maar een gave van God en was zij niet een doel, maar een dienares van het Evangelie en een werktuig van de Heilige Geest zelf. Daarbij hoort dat voor hem het kerklied als lofzang van de gemeente voor God een kenmerk van de kerk is. Luther kon zich geen kerk voorstellen, die niet met luide stem de lof van God zong. Daarom en om meer, maakte hij flink ruzie met Zwitser Zwingli, die de muziek geen plaats gaf in de kerk. In de kerk mag niet alleen maar zwijgend geluisterd worden, het woord moet ook weerklank geven en wel uit de kelen van de christenen, die men buiten op straat hun dankbaar geloof mag horen uitzingen. Aldus Luther.

Die vreugde is heel goed te horen in 'Verheug u christen tezaam'. In dat lied is heel Luthers eigen geloofsweg te horen en zijn verwondering over hoe hij ontdekt heeft, dat God de mens vrijheid geeft en niet laat vastzitten in schuld en twijfel. Maar het is niet alleen zijn eigen weg: het is iets, dat God aan allen wil laten gebeuren. Het is 'voor mij', maar dat 'voor mij' betekent dan wel weer 'voor iedereen'. Het is tegelijkertijd persoonlijk als algemeen. Zo geeft Luther als het ware een soort catechese van de weg naar de vrijheid die in Christus wordt gegeven aan elk mens.

Evenzo is zijn bewerking van het Onze Vader een uitleg van dat gebed. Luther vond het niet genoeg dat we dat gebed uit het hoofd zouden leren, hij wilde ook, dat we het zouden begrijpen en hij plaatste er een uitleg van in de Kleine en Grote Catechismus. Maar hij kon het niet laten er ook in liedvorm wat mee te doen. Zingend kan een mens zich immers veel meer eigen maken en zingend en musicerend komt alles veel meer bij je binnen. De woorden worden meer beleefbaar dan wanneer ze enkel gelezen en gesproken worden.

Daarom kon dat lied 'Verheugt u christenen tesaam' ook zo'n grote troost zijn voor Paul Speratus, de Oostenrijkse priester die in de gevangenis werd geworpen en veroordeeld werd tot de brandstapel, omdat hij Luthers preekte en zich uitsprak tegen de monniksgelofte en het celibaat. Het liep goed met hem af: hij werd vrijgelaten en werd verbannen en koos voor Wittenberg. Daar ging hij met Luther werken, onder meer aan kerliederen.

En daarom kon er, tien jaar na Luthers dood, van dit lied zo'n getuigende verzetskracht uitgaan, tijdens de godsdienstgesprekken tussen katholieke en protestantse vorsten in Frankfurt, in 1557. Keizer Ferdinand deed met die ronde godsdienstgesprekken een verwoedde poging tot verzoening tussen katholieke en protestantse vorsten. Ieder zou in die dagen in een eigen eredienst ter kerke mogen gaan. Maar de katholieke vorsten waren fel tegen de evangelische kerkdiensten. Ze zorgden voor een katholieke prediker in de protestantse dienst. Maar op het moment dat die op de kansel zijn mond wilde opendoen, begonnen de protestantse vorsten met luide stem het lied 'Verheug u Christenen tesaam' te zingen, alle 8 coupletten na elkaar. De pastoor kwam er niet meer tussen en verliet woedend de kerk.

Tot op de dag van vandaag is in de Lutherse kerk de kerkmuziek en de gemeentezang belangrijk gebleven. Niet als versiering, maar als wezenlijk bestanddeel, samen met prediking en sacramenten. De Lutherse kerk werd en wordt niet voor niets de zingende kerk genoemd, zoals ook onze kleine Zwolse gemeente lange tijd 'het zingende kerkje' werd genoemd.

Maar van welk geloof zingen we dan? Op deze zondag worden we zowel bepaald bij het gebed en bij de vreugde en wat die eigenlijk zijn volgens het evangelie. Die twee lijken tegengesteld, want bidden doe je immers vooral uit gemis en juichen van vreugde, dat lijkt de nood uit onze gebeden te overschreeuwen.

Toch is dat niet zo. Het gebed en geloofsvreugde zijn met elkaar verbonden. Ze zijn allebei gegrond in dezelfde geloofsbasis, namelijk dat wij bij God horen en dat God bij ons wil horen. Het is diezelfde eenheid met God, die ons doet bidden en ons hart en mond doet juichen.

Jezus zegt: "Maar ik verzeker jullie: wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – hij zal het geven." Dat klinkt voor ons misschien nog ongelooflijk. Hoeveel onverhoorde gebeden hebben wij, heeft u misschien niet tot God uitgeroepen? Is dat niet een beetje te simpel, dat wij God alles mogen vragen en erop mogen rekenen dat wij het krijgen? Maar zo is het natuurlijk ook niet. Het gaat niet om zomaar alles, het gaat om alles wat wij vragen in naam van Jezus. Dat is meteen een criterium voor wat je wel en niet kunt bidden. Want wat je bidt in de naam van Jezus, wat je op voorspraak van hem bij God brengt, dat kan niet iets zijn, waar hij zich voor zou moeten schamen. Het moet in lijn zijn met wat hij leerde en deed, zoals alles wat hij leerde en deed in lijn was met Gods Woord. Het moet passen bij het liefhebben van God met alles wat in je zit en bij het liefhebben van je naaste als jezelf.

Vanuit de eenheid met Christus en God zelf bekeken, is bidden dan niet zoiets als wensen bij God brengen, maar toestaan dat er iets van God zelf in ons gebeurt, al in het gebed. We moeten toelaten dat God zelf in ons bidt. Ook zo worden we een met Christus en via Hem een met God. Bidden is dan zoiets als je toevertrouwen aan God. Dat alles is ook de reden waarom wij onze gebeden vaak afsluiten met: "Dat bidden wij U in Christus naam." Hij bewaart ons bij de eenheid met God.

Dat te geloven moet wel uitmaken. Het geeft ons moed te bidden, keer op keer, soms tegen ons eigen wanhoop en ongeloof in. Maar natuurlijk gebeuren er in ons leven en in de wereld vele dingen die geheel ingaan tegen onze soms vurige gebeden. Ondanks ons geloof dat wij bij God horen en dat Hij bij ons wil horen, gebeurt er veel verdietigs in ons leven en in de wereld, dat wij niet kunnen verklaren, maar dat ons alleen brengt tot de vraag 'waarom'? De datum van vandaag, 10 mei, precies 75 jaar na het uitbreken van WOII in ons land, bepaalt ons daar extra bij. 10 mei was het startschot voor ongekende ellende in ons land, waarmee het deelde in een rampspoed die elders in Europa al was begonnen door de nazis.

Het einde van die oorlog, dat wij afgelopen dinsdag uitbundig vierden met onze vrijheidsfeesten, is door ontelbaar velen als gebedsverhoring ervaren. En toch kwam het voor heel veel mensen te laat en velen zegden het geloof na die oorlog vaarwel. Zij konden na Auschwitz niet meer in God geloven. Daar kunnen wij alleen maar compassie mee hebben. Maar toch... God wil ons met het geloof zelfs kracht geven in de meest uitzichtloze situaties. Maar wat gebedsverhoring is, dat is aan God. Hij bepaalt uiteindelijk wat "in Jezus naam" betekent en Hij maakt uit, wat Hij ons geven wil.

Misschien is geloven wel, dat je je steeds meer zo toevertrouwt aan Gods wil, zonder die precies te kennen. Dietrich Bonhoeffer brengt dit op een prachtige manier onder woorden en zo brengt hij ook ons dubbele thema van bidden en juichen bij elkaar.

Hij schreef:

"God vervult niet al onze wensen, maar wel al Zijn beloften. Hij blijft heersen over de aarde. Hij behoedt zijn kerk, schenkt ons altijd nieuw geloof, legt ons geen zwaardere lasten op dan wij dragen kunnen, verblijdt ons met Zijn nabijheid en zijn hulp, verhoort onze gebeden en leidt ons tot Zich langs de beste en kortste weg. Dit is Gods onbetwijfelbare werk, en zo bereidt Hij zich lof door ons."

Mogen wij ervaren dat het zo zal zijn, voor ieder van ons, voor allen op aarde.