RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Onze naaste is ieder mens, in het bijzonder die onze hulp nodig heeft." - Maarten Luther


de preek van zondag 21 juni 2015

E-mailadres Afdrukken

Kijken naar iemand die slaapt werkt ontspannend, vertederend. Je kijkt naar een kind dat zich overgeeft aan de slaap, na een lange dag en je kunt niet anders dan glimlachen. Slaap maar lekker joh, toe maar. Of je wilt nog iets zeggen tegen je partner, over dat we morgen iets niet moeten vergeten, maar die ander is al vertrokken en mompelt alleen nog wat. Zelfs als je zelf de slaap niet kunt vatten, is dat vertederend.

Maar met de slaap van Jezus aan het dek, daar op zijn kussen op de plek van het roer, is het anders. Terwijl de storm op het meer van Galilea om hem heen woedt als een dol geworden dier, is zijn slaap alleen maar ... absurd.

Hoe kan hij slapen terwijl iedereen om hem heen in rep en roer is... Zelfs die mannen die dag aan dag op het meer waren en dat meer en zijn luimen kennen als geen ander en dus wel weten wanneer er reden tot angst is en wanneer niet, zijn in paniek en zij weten: hier is geen redden meer aan. Ze weten: wij vergaan en hem lijkt het niet eens te kunnen schelen! Hij ligt daar zoals Jona in het ruim, die naar Tarsis probeerde te ontkomen. Jezus ligt in het achterschip, op een hoofdsteun. Op de plek van het roer, heb ik me laten vertellen, waar vandaan het schip onder normale omstandigheden op koers moet worden gehouden. Daar waar je de horizon zou moeten kunnen zien. Dat schijnt ook te helpen tegen zeeziekte. Maar nu niet: nu is er niets te zien, geen horizon, alleen maar de dichtstbijzijnde enorme golf, die het schip kan doen omslaan en breken.

In hun wanhoop maken ze hem wakker en verwijten hem: leermeester, doet het u niets dat we vergaan?

Daaruit wordt veel duidelijk. Hun wanhoop, natuurlijk. Net zoals de zeelui Jona wakker maken, maken de leerlingen Jezus wakker. Hij kan hier niet buiten blijven, alsof hij er niets mee te maken heeft. Hij zit in hetzelfde schuitje als zij. Let wel: ze vragen hem niet, zoals Matteus en Lucas wel vertellen:" red ons wij vergaan...", daar komen ze hier niet eens op. Ze wéten dat ze vergaan, daarvan zijn ze overtuigd: we gaan naar de haaien. Ze begrijpen alleen maar niet hoe hij nu kan slapen...

Maar ze spreken hem aan als 'leermeester', rabbi en dat is belangrijk. Dat is ook hun redding, kun je zeggen. Daaruit blijkt dat ze toch weten wie zij hier aan boord hebben. De meester die hen vertelt wat geloven eigenlijk is, waar het om gaat in het leven met geloof, met de schat van de bijbel die je meeneemt door het leven.

En daarmee wordt dit verhaal ook voor ons actueel. Want de betekenis van dit verhaal kan niet zijn: als je maar gelooft, komt alles goed. Als je maar op God en op Jezus vertrouwt, kan er niets met je gebeuren. Hoe zou dat nu zo kunnen zijn, bij alles wat we zien gebeuren op de Middelllandse Zee of in andere wereldnood.

Het betekent wel, dat Jezus bij ons in het schip zit, in het leven, in deze wereld die bijna voortdurend in de storm verkeert, waarin veiligheid betrekkelijk is en slechts weggelegd voor weinigen. Daar is hij ons nabij als de leraar namens God, wiens lessen ons steeds weer te binnen mogen schieten, die ons niet ontbreekt om ons moed in te spreken. Zo houden wij het uit, en kunnen koers houden in de storm en weten wij dat onze ziel veilig is en dat niets tot schade van onze ziel zal zijn als wij horen naar zijn stem die de storm tot stilte maant, alsof hij een wildgeworden beest een muilkorf omdoet. Wij mogen geloven dat wij mensen zij van wie gehouden wordt, dat er een liefde is die het uithoudt in alle nood en tegen alle tegenstemmen in. Wij mogen leven uit vertrouwen op Gods toekomst en leiding, temidden van alles wat ons in deze wereld bang en onzeker maakt, in ons eigen leven en in de wereld die om ons heen bijna voortdurend in de stormen verkeert. Geloven in het evangelie, de blijde boodschap, dat Gods koningschap alle kwaad ooit tot zwijgen zal brengen en dat wij nu al mogen leven met het geloof dat het dus uitmaakt of je leeft vanuit die overtuiging of niet.

Dit verhaal is dan ook een paasverhaal, een doopverhaal, een verhaal van doortocht en opstanding, dat ons toezegt, dat als het erop aan komt, er een diepe zin in ons leven bestaat. Wij horen bij God en Christus gaat mee in het leven, om ons zelfs op momenten van diepste wanhoop te binnen te brengen, dat het leven niet zinloos is en dat wij het hoofd niet mogen laten hangen. Wij staan met Christus op uit alles wat doods is en kunnen met hem ontkomen uit wat ons omlaag zou kunnen trekken: angst, zinloosheid, twijfel aan onszelf of anderen. Hij brengt dat tot zwijgen en wij gaan met hem naar de overkant, wij steken met hem over.

En ja, God lijkt soms wel te slapen bij alles wat misgaat in deze wereld. Maar wij mogen geloven dat hij waakt en werkt in de verborgenheid.

En Christus, de leraar, hij is de Opgestane. Wij mogen ons laten oproepen om te leven vanuit geloof, om zelf opgewekt te leven en moedig aan de slag gaan, elk op onze eigen plek, waar wij de taak op ons nemen die zich aan ons aandient, ter ere van God en ten dienste van onze medemens. De leraar schenkt ons het geloof, dat nodig is, om te leven vanuit geloof, hoop en liefde. Mogen wij dat zo beleven, ook in de week die voor ons ligt.