RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Vergeving is Gods gebod." - Maarten Luther


de preek van zondag 30 augustus 2015

E-mailadres Afdrukken

Een blinde man wordt bij Jezus gebracht door anderen, waarschijnlijk zijn vrienden en zijn blindheid wordt weggenomen door Jezus. Maar dat gebeurt niet onmiddellijk, het duurt even voordat het lukt.

Iemand wees me erop, dat deze genezing in Lóurdes nooit als wonder zou worden geaccepteerd, vanwege de criteria die ze daar hanteren. Ik heb het opgezocht en inderdaad, een van de criteria aan de hand waarvan in Lourdes wordt vastgesteld of een genezing "zeker, onherroepelijk en medisch onverklaarbaar" is, is dat een genezing plotseling, in één keer, moet plaatsvinden. Dus zou Jezus vandaag de dag in Lourdes hebben gedaan wat hij destijds voor de blinde in Betsaïda deed, dan betwijfel ik of het wonderbaarlijke karakter ervan wel erkend zou worden...

De genezing neemt tijd, gaat niet plotsklaps. Het woord 'meteen' ontbreekt dan ook, terwijl Marcus dat toch vaak gebruikt. Maar doordat het wat langer duurt en niet moeiteloos gaat, valt des te meer op hoezeer Jezus er geheel en al, met lijf en ziel, bij betrokken is. Op bijna intieme wijze, als een moeder, vader of partner, komt hij deze blinde man nabij, door met spuug zijn ogen te beroeren en hem met zijn handen aan te raken. Zo geeft Jezus zich helemaal.

Na de tweede handoplegging is het zicht van de van de man echt helder geworden.

Nu zouden we toch verwachten, dat de man zijn genezing mag vieren. Dat er nu ook bijval zou klinken vanuit de leerlingen. Maar nee, het lijkt wel alsof er alleen Jezus en die man zijn en waarschijnlijk de leerlingen en dat zij stil blijven.

Nu was Jezus niet zozeer uit op erkenning van de wonderen, die hij deed. Veel meer wilde hij dat de ogen, oren en harten van mensen zouden opengaan voor datgene waarvan die wonderen een téken waren: het op handen zijnde Godsrijk van vrede, recht en heil. Hij moet gehoopt hebben dat wáár zou worden wat in Jesaja 35 wordt gezegd: "Dan wordt blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten." Niemand zou meer heen kunnen om Gods koningschap over alle dingen.

In de genezing van de doofstomme, in Marcus 7, en nu, in die van de blinde wordt iets daarvan waar. Maar zien de mensen er ook de tekenen van meer dan deze individuele genezingen in het hier en nu in? Zien de leerlingen dat? Zij stonden er toch steeds met hun neus bovenop. Het brood van de twee broodvermenigvuldigingen ging toch door hun eigen handen?

Nee, het wordt niet zomaar verstaan en ook niet zomaar gezien en begrepen, wat het betékent wat Jezus met zijn daden doet en met zijn woorden zegt.

Maar het lijkt ook wel alsof Jezus zélf het niet openbaar wil hebben. Zijn wonderdaden zijn omgeven met geheimhouding. Mensen aan wie het gebeurt, wordt op het hart gedrukt het níet verder te vertellen, opdat nog niet de messiaanse identiteit van Jezus wordt onthuld, voordat ook dat andere dat Jezus tot Christus maakt, zijn lijden en dood, wordt besproken en erkend. De kracht die God werkt in de man van Nazareth wordt alleen werkelijk gepeild als we zijn zwakheid en zijn lijden hebben leren zien en verdragen.

Ook hier bewaart Jezus zijn voorzichtigheid en behoedzaamheid: hij brengt de blinde buiten het dorp om daar, buiten het gezichtsveld van de ongetwijfeld nieuwsgierige en misschien wel sensatiebeluste dorpelingen, zijn helende werk te doen. En straks zal hij de man die weer kan zien ook zeggen, dat hij niet naar het dorp moet teruggaan. Hij zal wel bedoelen: niet meteen, eerst maar een tijd wennen en op adem komen voordat je met al die mensen wordt geconfronteerd die jou als blinde kennen. Want net zoals de blindheid zelf had ook de genezing ervan, zeker in die tijd, enorme sociale gevolgen: omdat een blinde veel meer dan nu in bijna alles op anderen was aangewezen, opende zich voor hem nu een wereld waarin hij veel meer zelfstandig zijn weg kon gaan. Dat is toch een groot verschil met nu. Blindheid levert nog steeds grote beperkingen op, het is een ernstige beperking, vooral als het je treft nadat je een periode wel hebt kunnen zien. Maar iemand die blind is, kan tegenwoordig veel zelfstandiger door het leven gaan dan toen, onder meer door de wijze waarop wij de samenleving en de openbare ruimte hebben ingericht. Veel blinde mensen kunnen in onze samenleving dan ook volwaardig functioneren. Ze kunnen op basis van grotere wederkerigheid met anderen leven dan in de tijd waarin dit verhaal speelt.

Nu zijn we met dit verhaal op een scharnierpunt in het Marcusevangelie aangekomen. Midden tussen het doof en blind zijn van de leelringen voor wie Jezus is en het moment dat het begint te dagen. Hierna volgt de belijdenis van Petrus. Daarom gaat het hier ook om meer dan de blindheid van deze een man en zijn genezing. De blinde en zijn genezing zijn exemplarisch. Dus geldt het ook voor ons. Het gaat om blindheid die iedereen betreft, maar vooral om de bevrijding daarvan, die ons allen door God gegund wordt. De blindheid waarmee wij in het leven staan mag dankzij God plaats maken voor het zien van het geloof. En dat heeft meer met het hart dan met de ogen te maken. Hoe leef je vanuit het vertrouwen in de kracht van God ten goede, hoe leef je met hoop, die het mogelijk maakt je in te zetten voor een menswaardig bestaan voor alle mensen? Als God ons de ogen wil openen laat hij ons zien wat werkelijk telt en waar wij onze eigen krachten voor kunnen inzetten, met zijn hulp.

Het gaat hier, zowel voor de leerlingen als ons, die het anno 2015 lezen en horen, om het zien en verstaan van wat Jezus wil, van wat hem voor ogen staat, van wat eigenlijk dat Rijk van God betekent. En als het gaat om het zien van het geloof, kan een blinde het beter zien dan iemand die het volle gezichtsvermogen heeft.

God wil ons de ogen openen voor zijn Rijk, voor zijn koningschap, voor het vertrouwen dat in deze wereld de uiteindelijke macht ondanks alles wat daartegen pleit toch niet is aan de sterksten en machtswellustelingen, maar aan het schijnbaar zwakke waarin God-met ons aan het licht komt. Juist door de zachte krachten die werken in Christus, tot in zijn lijden, sterven en tot het ongerijmde van zijn opstanding toe, wordt duidelijk dat God het leven van alle mensen heel wil maken, gaaf.

Als het daarom gaat, zijn wij allen evenzeer aangewezen op Jezus die ons ziet en aankijkt, die ons met zijn handen en met zijn woorden aanraakt, opdat wij de scherp ziende ogen van het geloof ontvangen om door deze soms zo vastzittende en hopeloos stemmende werkelijkheid heen te kijken en uit te zien naar een wereld die werkelijk nieuw wordt.

Dat gaat maar niet zo maar, dat is een heel proces. Gelóven is dan ook een proces, waarin wij ons steeds meer kunnen toevertrouwen aan deze man uit Nazareth die ons net zo lang aankijkt als nodig is om ons met zijn ogen naar elkaar en de wereld te laten kijken als hij dat zelf doet: met mededogen en liefde voor medemensen dichtbij en ver weg.

Zo zullen we steeds meer ontwaren dat hij ons hoop en geeft, door alles heen. Met die hoop kunnen wij het leven aan en pakken wij het werk aan waarmee wij Jezus kunnen navolgen.