RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Hier sta ik. Ik kan niet anders. God help me. Amen." - Maarten Luther


de preek van zondag 11 oktober 2015

E-mailadres Afdrukken

Eerst zagen we op televisie hoe mensen in lange rijen door Oost- en Midden-Europa liepen en op overvolle rubberboten de zee overstaken. Nu lopen ze over de perrons van onze treinstations en worden ze in bussen door Nederland gereden, vaak van de ene naar de andere tijdelijke opvang. Ze zijn niet langer op afstand, ze zijn hier en we kunnen ze in de ogen kijken.

Dat maakt veel verschil, want dan wordt het mogelijk, zoals paus Franciscus onlangs bij de Verenigde Naties zei, om de vluchtelingen niet alleen als een enorm probleem te zien, maar in de eerste plaats als mensen zoals wijzelf.

In Zwolle hebben we daar al een jaar ervaring mee. Ook in onze kerk, met de taallessen die hier worden gegeven. Doordat je elkaar leert kennen, als vrijwilligers en vluchtelingen, kunnen vooroordelen worden weggenomen. Het is niet meer vaag en abstract en we hoeven niet te denken: hoe zou het zijn, als ze hier komen? Het is concreet en we kunnen het zelf ervaren. En dat is een zegen.

Natuurlijk zijn er ook mensen die dat anders zien en die vooral bezorgd zijn. En daar moeten we ook oog voor hebben. Ronduit schokkend vond ik het om te zien hoe mensen op allerlei plaatsen hun zorgen over de komst van asielcentra op ronduit agressieve manier uitten. Het is dan wel weer relativerend om gisteren een Syrische jongen zijn schouders te zien ophalen over het vuurwerk in Woerden: hij was immers wel erger gewend, daar waar hij vandaan was gevlucht. Maar toch, het laat zien hoe zeer mensen hun eigen angsten en belangen voorop stellen en hoe weinig zij zich inleven in mensen die uit de ellende zijn ontkomen. En dat is zorgwekkend. Inspirerend vind ik dan ook de Duitse bondskanselier Merkel, die uitstraalt dat we de opvang van vluchtelingen in Europa samen moeten en kunnen aanpakken – "Wir schaffen das" is haar motto - en dat we daarbij ook het christelijk geloof als inspiratiebron mogen gebruiken. Bang voor islamisering? Maak werk van je eigen geloof en ga weer eens naar de kerk! Zo vat ik haar antwoord op de vraag van een bezorgde burger even kort samen. Een preek in het kort, van de domineesdochter.

Laten we onderscheid maken tussen bezorgdheid om wat goed is, goed te houden en egoïsme, waarmee we vooral willen behouden wat we hebben. Daar word je geen beter mens van en daarmee wordt het leven niet beter. Als het gaat om de vraag naar het goede leven gaat het bijbels gezien niet om veel bezit verwerven en houden wat je hebt, maar om je openstellen voor wat God wil geven. En dan kan het nodig zijn dat je juist wat moet opgeven van je zekerheden, van je bezittingen, van alles waar je op vertrouwd hebt tot dan toe.

Dat zien we ook in het gesprek van Jezus met die man die naar hem toekomt en vraagt wat hij moet doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven. Daarbij spreekt hij Jezus aan als 'goede meester.' Heel beleefd, maar Jezus wijst het af: "niemand is goed, behalve één: God". En God heeft bovendien zelf gezegd hoe wij moeten leven en dan volgt een aantal geboden dat te maken heeft met hoe om te gaan met de medemens. Blijkbaar overtuigt het antwoord van de man Jezus wel. "...hij krijgt hem lief.", staat er

Nu geeft hij echt antwoord op wat de man hem vroeg. "Een ding ontbreekt je: ga heen, al wat je hebt, verkoop het en geef het aan de armen en je zult een schat in de hemel hebben; kom dan hierheen en volg mij!"

De man moet arm worden, niet omdat armoede een deugd is, maar omdat zijn rijkdom hem in de greep houdt en hem afhoudt van datgene waarnaar hij verlangt: om zich echt dichtbij God te voelen en te weten dat hij een waardevol leven leidt, dat toekomst heeft in Gods ogen. Jezus vraagt hem anders te kijken naar hoe hij in het leven staat. Hij vraagt hem om een ommekeer in zijn leven, zoals hij elders mensen vraagt, zich te bekeren.

En dat is teveel van hem gevraagd. Hij loopt bedroefd weg. "Want hij is iemand die vele bezittingen heeft."

Wij herkennen ons in zijn reactie en in die van de leerlingen. Maar Jezus wijst op wat ze ervoor terugkrijgen. Je kunt nog zoveel hebben opgegeven voor het volgen van Jezus, zoals Petrus vertwijfeld uitroept, je krijgt er veel voor terug. Middenin de vervolgingen van die eerste eeuw, waar Marcus ook weet van heeft gehad, was het zaak om de gemeenschap als nieuwe familie te kunnen ervaren. Arm geworden met de armen en ontrechten en onaanzienlijken, waren de christenen dus in zekere zin zelf de mensen over wie Jezus zegt: vele eersten zullen laatsten zijn en de laatsten eersten.

Dus die armoe, staat voor meer dan het opgeven van aardse bezittingen. Ben je bereid tot de verschoppelingen te gaan behoren en het lot van de vervolgden te delen, zoals ook met Jezus gebeurd is, wordt hier eigenlijk gevraagd. Hoewel niemand dat graag wou, was het wel een gevolg van een leven naar de liefde waartoe Jezus opriep. Niet iets om je voor te schamen, integendeel, maar een leven dat dichtbij God is, een leven met eeuwigheidswaarde.

Dat blijft ook voor ons de boodschap. Hoewel onze tijd misschien nog wel ingewikkelder is wat bezitsverhoudingen betreft, is ook voor ons de boodschap: het beste wat een mens kan hebben of genieten, hangt niet samen met wat wij op eigen kracht verwerven en dan bezitten, maar wat ons in God gegeven is en dat is de verbondenheid met God en met de naasten. Kortweg gezegd: liefde. Pas als wij leren om daarin te zoeken waarop het werkelijk aankomt, worden wij weggehaald uit alle krampachtigheid die samenhangt met 'houden wat je hebt'. Door solidair te zijn met de mensen die het meest kwetsbaar zijn, door je in te leven in het leed van mensen die gevlucht zijn voor oorlogsgeweld word je een mens die weet heeft van leven dat goed is in Gods ogen, een leven in verbondenheid met God, ja, eeuwig leven, voor nu en altijd.

Laten we niet ontmoedigd raken en afhaken door de zwaarte van wat Jezus vraagt. Laten we erop vertrouwen, dat wat óns onmogelijk lijkt, mogelijk is bij God. Leven in navolging van Christus, leven met geloof? Wir schaffen das.