RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God is niet een God van nijd, maar van genade" - Maarten Luther


De preek van zondag 12 juni 2016

E-mailadres Afdrukken

Gemeente van Jezus Christus,

Als gastvoorganger heb ik een voorrecht, namelijk van het leesrooster af te wijken en voor de preek teksten of thema te kiezen die ik gepast vind. Voor u vind ik gepast... nou, iets wat met muziek te maken heeft. Want de Zwolse gemeente heb ik altijd als een zeer muzikale gemeente beleeft. Als een gemeente waarin de muziek een belangrijke rol speelt. Een beetje is dat ook typisch luthers want als je hebt over de kenmerken van een lutherse gemeente heb, beland je heel snel bij de liturgie en de muziek.

Het gaat dus in deze preek om muziek. Maar het gaat om meer: In deze preek zult u kennis maken met de collega van de man die zijn vrouw voor een hoed hield. U zult iets horen over Maarten Luther en Johannes Calvijn. En daarbij zult u ervaren waarom Calvijn ervoor verantwoordelijk is dat de Neanderthaler Neanderthaler heet want zonder Calvijn zou de Neanderthaler een andere naam hebben. En ten slotte zult u iets horen over muziek in de hemel. En tussen al die spannende vragen worden ook nog liederen gezongen. U ziet: Vanmorgen hebben we een tamelijk gevariëerd programma. Beginnen we dus!

Deel één: De collega van de man die zijn vrouw voor een hoed hield - of de muziek als gave van God.

Sommigen van u kennen die man al. Hij is één van de patiënten van de New Yorkse neuroloog Oliver Sacks. Sacks beschrijft in zijn boeken met veel humor en nog meer empathie het lot van sommigen van zijn patiënten. Het gaat om mensen die autistisch zijn, aan het Syndroom van Tourette lijden of zeldzame neurologische afwijkingen hebben. Daar vindt zich dan ook de man wiens gezichtsvermogen zo getroffen is dat hij als het ware alleen delen van het volledige beeld kan zien en daarom het hoofd van zijn vrouw voor een hoed houdt, naar het grijpt en het op zijn hoofd wil zetten. Maar nu gaat om zijn collega want één van zijn laatste boeken wijdde Sacks aan de muziek en haar impact op de mens: 'Musicophilia' heet het. Hij heeft het daarin onder anderen over een oude vriend, Clive Wearing, musicus en tevens bekende musicoloog. Door een ziekte raakt hij echter bijna zijn gehele geheugen kwijt. Hij kan zijn aandacht alleen maar nog voor een paar seconden op iets vestigen, daarna is het weer afgelopen. Er zijn echter twee uitzonderingen: De eerste is zijn vrouw. Iedere keer als hij haar ziet, telkens opnieuw, raakt hij verliefd op haar. Zelfs als ze de kamer alleen maar heeft verlaten om een glas water te halen, verwelkomt hij haar bij haar terugkeer enthousiast en is hij weer dolverliefd op haar. De tweede uitzondering ontdekt zijn vrouw per toeval: Ze brengt de noten van een muziekstuk mee. En Wearing kan die noten lezen, herinnert zich zonder meer lange stukken en kan die stukken zingen of op de piano spelen. Hij kan zelfs als dirigent een koor leiden. Zonder fouten en heel precies. Hij kan niet meer zeggen wie dat stuk geschreven heeft - Bach, Beethoven, Mozart -, maar hij kan het foutloos spelen, zingen of dirigeren.

Sacks concludeert dat muziek in onze hersenen wordt verwerkt op hetzelfde niveau als diepe gevoelens. Muziek wordt in ons geheugen op dezelfde plaats opgeslaan als intense emoties. Clive Wearing was bijna alle herinneringen kwijt - op twee basale emoties na: de liefde voor zijn vrouw en - de muziek.

Misschien herkent u dat: het verband tussen muziek en emotie. U hoort een melodie en zij raakt u. Onwillekeurig, zonder het bewust te besluiten begint uw voet te bewegen in het ritme van de muziek. U voelt iets. Uw gestemdheid verandert. Zonder dat er woorden aan te pas komen. Soms horen we een vrolijk lied en worden we meegesleept door die vrolijkheid en worden we blij. Of we horen een stukje dat zwaarmoedig is en voelen mee, worden zelf een beetje melancholisch.

De taal raakt ons steeds via het bewustzijn, via begrijpen en analyseren, via het verstand. Muziek raakt ons onmiddellijk, rechtstreeks, in het hart. Muziek raakt ons in diepe lagen van ons bestaan die het woord niet bereikt.

Muziek hoort bij de mens. Zij hoort bij het mens-zijn zoals God dat geschapen heeft. En daaruit kun je maar één conclusie trekken: Muziek is een goede gave van God.- En daarom zingen we nu, ter eer van God.

We zingen 865: 1+3.

Gemeente van Jezus Christus,

Wat heeft u net gedaan? (...) U heeft gezongen. Mocht u dat? Echt? Zeker weten?

Johannes Calvijn zou moeite hebben met u. Hij vond wel dat de gemeente in de kerkdienst mocht zingen - iets wat in de middeleeuwen ongebruikelijk was. Maar de vraag is wel wát u zingt. In de kerk mag alleen maar Gods woord klinken. Zingen mag u wel, maar alleen de psalmen. Want die staan in de bijbel en zijn daarom Gods woord. Om die reden zijn ook nog in het nieuwe liedboek de eerste 150 nummers de berijmingen van de psalmen.

Dus: Calvijn zou niet echt tevreden met u zijn. Want u heeft geen psalm gezongen.

Maar uiteraard - we zijn in een lutherse gemeente - kunt u dat ook bekijken met de ogen van Maarten Luther. Die zou tegen Calvijn zeggen: 'Johannes, je hebt wel gelijk. Je moet ook niet overdrijven en je moet niet zo doordrammen. Kijk, de dominee gebruikt in zijn preek ook menselijke woorden om het evangelie te verkondigen. En de gemeente doet net hetzelfde als de dominee: Zij zingt, maar in de woorden die ze zingt, verkondigt ze het evangelie van Gods liefde. De woorden van de preek zijn verkondiging waardoor God spreekt. Maar ook de liederen die de gemeente zijn verkondiging waardoor God spreekt. -

Wat heeft u dus net gedaan?

U heeft gezongen. Maar volgens Luther heeft u nog meer gedaan: u heeft gepreekt. U heeft gepreekt door het lied dat u heeft gezongen. Oké, het is een beetje anders dan de preek van de dominee want ik schrijf mijn preken zelf, het zijn míjn woorden, terwijl u de teksten van anderen zingt. Maar geloof mij: Een goede preek schrijven is soms heel moeilijk. Als u probeert om goed te zingen, heeft u het makkelijkere en betere gedeelte gekozen. En toch preekt u ook door uw gezang. 'God preekt het evangelie ook door de muziek', zei Luther. En zo heeft Luther niet alleen talloze preken, maar ook vele gezangen geschreven.

Maar terug naar de calvinistische traditie. Want bij de 150 psalmen is het niet gebleven. Ook in de hervormde kerken heeft men het belang van de kerkmuziek ontdekt. - Een voorbeeld is een jonge hervormde hulppredikant die aan het einde van de 17de eeuw in Düsseldorf leeft. Twee dingen zijn voor hem kenmerkend: Hij heeft een bewuste bekering beleefd. En hij is heel muzikaal. Hij beleeft snel de grenzen van de kerkmuziek in zijn gemeente. Alleen maar psalmen, niets anders... Wel mooi, maar ook een beetje saai. En onbevredigend omdat in de psalmen nooit van Jezus Christus sprake is. Hij schrijft dus nieuwe liederen die in zijn hervormde kerk niet zijn toegestaan. En hij organiseert bijeenkomsten met andere bekeerlingen. Op die bijeenkomsten bidden ze samen, lezen ze de bijbel samen en zingen ze liederen die hij geschreven heeft. Die bijeenkomsten kunnen ze niet in de kerk houden, dat mag niet. Dus wijken ze uit - naar de bossen rond Düsseldorf, naar een dal en daar weer naar een hol. De naam van die hulppredikant en liedschrijver is - Joachim Neander. Binnenkort worden de plaatsen van die bijeenkomsten naar hem genoemd: Neanderstoel voor een rots, Neanderhol voor die hol, Neanderdal voor het hele dal. En toen in 1856 in die dal arbeiders overblijfselen van mensen uit het stenen tijdperk ontdekken, worden die mensen 'Neanderthalers' genoemd.

En nu heb ik een pauze en het is ú om te preken. U doet dit door een lied te zingen van Joachim Neander. Het is één van de bekendste christelijke liederen ooit. Het wordt gezongen door protestanten, katholieken en anglicanen en het is in 31 talen vertaald.

We zingen 868: 1+2+5

Gemeente van Jezus Christus,

Ook in de bijbel zelf zijn liederen te vinden. Vaak zijn ze op het eerste gezicht niet als dusdanig herkenbaar, en toch zijn ze d'r. En één ding valt op: Vaak hebben deze liederen met bevrijding te maken. Met bevrijding en redding.

Het bekendste voorbeeld bevindt zich in het Oude Testament. De Israëlieten hebben onder leiding van Mozes Egypte verlaten. Het leger van de farao komt achter hun aan, wil ze vangen en weer terugbrengen naar de slavernij. Alles lijkt tevergeefs te zijn. Aan de ene kant de min of meer onbewapende Israëlieten op de vlucht met vrouwen, kinderen en oudere mensen, langzaam en weerloos, en aan de andere kant het aangstaanjagende, grote Egyptische leger met zijn snelle strijdwagens. Maar op wonderbare wijze worden alle Israëlieten gered en het leger van de farao wordt verslaan. En wat is de reactie? Mozes zingt een lied. Een lied van bevrijding.

Ook in het Nieuwe Testament horen gezang en bevrijding bij elkaar. Bij voorbeeld bij Paulus en zijn medewerker Silas. Daar is het eerder een kleine bevrijding, niet een heel volk, alleen maar twee personen. Paulus en Silas zitten in de gevangenis in Filippi. En wat doen ze? Natuurlijk: Ze zingen. En wat gebeurt er? De aarde beeft en de deuren van de gevangenis gaan open. Vrijheid door gezang.

En ook in het laatste boek van de bijbel wordt over gezang gesproken: Johannes heeft visioenen en schrijft die op. In één ervan ziet hij 'een zee van glas, vermengd met vuur. Op de glazen zee stonden zij die het beest hadden overwonnen. Zij hadden lieren om daarop te spelen voor God. Ze zongen het lied van Mozes en het lied van het lam.'

Johannes mag al kijken hoe het in de hemel eruit ziet - en hoe het daar klinkt. Hij ziet de hemel - en die wordt transparant, doorzichtig als glas. En achter het glas ziet hij water, een zee. Hij ziet ook vuur want nog is het kwade niet overwonnen. Nog zijn er armoede en ellende, nog zijn er ziektes en dood, nog zijn er onschuldige mensen die moeten sterven. Maar dat is er nóg. Niet meer voor altijd. En Johannes ziet hoe het in de hemel gaat. Er is maar één beschrijving, één kenmerk: er is muziek. De muziek van de lieren die ter eer van God worden bespeeld; het gezang van de mensen die bevrijd en gered zijn.

Ook wij zijn nog niet in de hemel, maar als wij vandaag zingen, dan zit in ons gezang al iets van die toekomst. Ik denk weer terug aan de Duitse gemeentes waar ik predikant was. De begraafplaats bevond zich onmiddellijk naast de kerk. En als er een uitvaart was, dan namen er steeds veel mensen aan deel. En men zong. Ook op het moment dat de kist in het graf werd gelegd. Men zag het graf, de aarde ernaast, de vele andere graven met hun grafstenen, de kist die langzaam naar beneden gleed en in het graf werd gelegd. En de gemeente, de gemeente zong. Men zag alleen de kist, het graf, het verlies en de dood - en men zong. Men zong - tegen de dood. Men zong - als teken van hoop. Men zong - als een verwijzing naar het gezang in de Hemel.

Stephan Gradl.