RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Er is geen mens zo slecht, dat hij ook niet een beetje goedheid bezit." - Maarten Luther


Lutherbier

Luther en het bier.

LutherBier groot succesLutherbier

Lutheranen brouwen eigen bier ter gelegenheid van Lutherjaar

Leden van de lutherse gemeenten in Amsterdam, Den Haag en Woerden brouwden voor de start van het Lutherjaar hun eigen LutherBier. De eerste 1000 liter van het bier werd zo snel verkocht dat er besloten werd om nog 1000 liter te brouwen.

Het LutherBier wordt gebrouwen door brouwerij De Zeven Deugden in Amsterdam. Volgens initiatiefnemer Masha de Haan is het bier amberkleurig en heeft het een alcoholgehalte van 6,2 procent. Het recept werd bedacht door de initiatiefnemers met hulp van de brouwerij. Het geheime ingrediënt, de Gravensteiner appel, zorgt voor een frisse appeltoon in het bier.

De doosjes van de eerste productie worden voor 31 oktober afgeleverd, zodat de biertjes bij het begin van de viering van 500 jaar Reformatie geopend kunnen worden. De tweede productie wordt pas in december bezorgd.

Van: https://www.eo.nl/geloven/nieuws/item/lutherbier-groot-succes/ 18 oktober 2016

lutherbierCarton

 

"Ons bier is de koningin van alles wat bier heet"

Maarten Luther prees Wittenberger pils als de beste

Het water was slecht, in het Wittenberg van Maarten Luther. "Ons water is allerminst gezond, het is dodelijk", schreef de reformator. Vandaar dat hij bier dronk.

Een heel bijzondere kant van Luthers leven in Wittenberg werd gevormd door de aanwezigheid en de activiteit van zijn vrouw. De brieven die hij aan haar schreef wanneer hij op reis was, maken dat duidelijk. Käthe moet ook wel een grote invloed op hem gehad hebben. Dat blijkt soms uit de aanhef van Luthers brieven aan haar adres. "Aan mijn vriendelijke lieve Käthe Lutherin, brouweres en richteres aan de Varkensmarkt". Of: "Lieve heer Käthe". Zij droeg de verantwoordelijkheid voor alles wat er in het huis van Luther te doen was. Ze kocht en verkocht, verbouwde haar groente, verzorgde de slacht en brouwde het bier.

Dit laatste was wel een heel belangrijke taak. Het graan moest gisten, het nat moest koken, het moest koelen en het moest vooral goed zijn. Die kunst verstond ze en Luther waardeerde haar op dit punt, net zo goed als hij het bier waardeerde.

Toen hij met haar trouwde in 1525 zorgde hij voor zijn bruiloft dat er kwaliteitsbier op tafel kwam. Een vat bier uit Torgau, ongeveer 50 kilometer van Wittenberg, werd besteld. Het moest goed zijn want zijn vader en moeder zouden komen en een aantal vrienden, en die moesten de kwaliteit proeven. Geen wonder dat in een aantal brieven later aan zijn vrouw het bier uit Torgau geroemd werd. Er zijn weinig brieven aan haar waarin Luther niet de kwaliteit van het bier beschreef: Torgau stond bovenaan. Luther kon er zes of zeven uur op slapen en later nog wel een uurtje. Käthe moest niet denken dat hij te veel kreeg, want hij was net zo nuchter als in Wittenberg. Later ging de kwaliteit achteruit, het werd net zo verschaald als het bier in Leipzig, waar men het profetenbier noemde dat ze in Frankfurt aan de Joden verkochten: schraal, het leek nergens meer naar. De boeren vonden het misschien lekker, Luther was iets anders gewend. Hij hield het bij het bier van Käthe. In 1540 schreef Luther dat Käthe ervoor moest zorgen dat ze een goede kan bier klaar had, want dan kwamen de Wittenbergers weer thuis.

"Ons water is dodelijk"

Wat had Luther met bier? Zat het ethisch wel helemaal goed bij Luther? Hij had een enkele keer misschien een "boze dronk". Maar dan lag dit niet aan hem, schreef hij eens, maar slechts aan de kwaliteit van het brouwsel. Eigenlijk was hij streng tegen het gebruik, als hij lette op de economische aspecten van de drinkgewoonten in Duitsland. Hij vertelde van een gesprek aan het hof van de keurvorst in Wittenberg. Iemand citeerde daar Tacitus, die van de Germanen zei dat ze dag en nacht dronken, waarop een edelman vroeg: Hoe lang ''t geleden was, dat dit werd geschreven? "Wel 1500 jaar", was het antwoord. "Dan moeten wij die gewoonte niet afschaffen", oordeelde de man.

Maar zo dacht Luther er niet over. Wie het bier brouwen heeft uitgevonden is een pest voor Duitsland geweest, zo uitte hij zich thuis aan tafel. De eerste brouwer heb ik vaak vervloekt. Het is alles te duur. De paarden vreten de haver, de boeren en de burgers zuipen bijna het grootste deel van het koren in bier op. Het vruchtbaarste land wordt op die manier compleet verwoest. In Duitsland zou men niet zo veel gerst dienen te verbouwen. In plaats daarvan zou men water kunnen drinken. Maar dat willen de jongelui niet. Men vraagt zich af waarom Luther dan zelf geen water in plaats van bier gebruikte.

Het water echter was slecht, in Wittenberg zeker. Daar was de universiteit. Die zou wellicht verplaatst moeten worden: "Ons water is allerminst gezond, het is dodelijk." Vandaar het bier. En wanneer het in een jaar zeer schaars was, moest men overwegen uit Wittenberg te vertrekken. Niet elk jaar bracht een goed bier, zelfs bij Käthe niet. Dan had Luther het over conventbier, dat hem aan het klooster van vroeger deed denken: dun, verschaald en zuur. Zo waren de gelovigen ook langzamerhand, zelfs in Wittenberg, zonder waar geloof.

BierWittenbergs bier

Toch betekende dit ook weer niet dat Luthers visie op het bier gewijzigd werd. Adam in het paradijs had geen wijn en geen bier gedronken. Hij was toen wel in alle opzichten heel bijzonder. Hij leefde in de hoogste staat van gematigdheid. Van de wijn kon Luther nog zeggen dat hij iets met zegen te maken had. Men vond er een getuigenis over in de Schrift. Het bier berustte op een menselijke traditie. Daar klinkt zo iets van een theologische visie: Schrift en traditie verhouden zich als wijn tot bier.

Maar dat gaf bij Luther toch niet de doorslag. Hij bleef bier drinken. Hij moest ook wel, vanwege de inferieure kwaliteit van het water. En als het bierjaar niet goed was, zoals het eenmaal een decennium gebeurde, dan zocht hij de achtergrond alsof hij met een theologisch vraagstuk bezig was, in de materiële, de formele, de effectieve en in de doeloorzaak. Blijkbaar ging hij op een ontspannen manier met het probleem om. En ook dat moest hij wel, omdat het bier voor hem een medicijn was. Het hoorde bij zijn dieet. "Het is voor mij het meest zekere medicijn tegen de ziekte van de urinewegen. Ons bier -en dat was het Wittenbergse bier- is de koningin van alles wat bier heet, zo schreef Luther aan Justus Jonas. Eerst het bier en dan een klein beetje wijn. Toen Luther in begin 1537 aan die kwaal scheen te zullen sterven, heeft hij daarna bier gedronken als een soort medicijn.

Dat was tegelijk iets van ontspanning. Bier dronk Luther niet alleen. Hij deed het met vrienden. Van hun gezelschap genoot hij. Hij kon zijn zorgen ook voor een moment vergeten, wat Melanchthon nimmer gelukte. En die rust en ontspanning lag voor Luther niet aan de inhoud van de kan. Toen in Wittenberg tijdens Luthers verblijf op de Wartburg Karlstadt een revolutie uitriep, kwam Luther terug. Hij preekte een weeklang, ook daarover dat hij de Reformatie niet tot stand had gebracht, maar dat de prediking van het Woord zulks had gedaan. Vanaf de preekstoel klonk het onthullende woord: "Neem een voorbeeld aan mij. Ik ben de aflaat en alle papisten tegemoet getreden, maar niet met geweld. Ik heb alleen Gods Woord bedreven, gepreekt en geschreven, anders heb ik niets gedaan. Dat heeft, toen ik geslapen heb, toen ik het Wittenbergse bier met mijn Philippus Melanchthon en met Amsdorf gedronken heb, zo veel gedaan dat het pausdom zo verzwakt is Ik heb niets gedaan, het Woord heeft alles bewerkt en tot stand gebracht Ik heb het Woord laten werken."

Uit: Reformatorisch Dagblad (20 november 2003, pagina 21)

Auteur: Prof. dr. W. van 't Spijker

Zie ook: www.lutherbier.de